 |
 |
Op 5 februari 2006 is Drs Antonius van den Elzen overleden. Begiftigd met de Pauselijke Onderscheiding H.Silvester Officier in de Orde van Oranje Nassau.
dhr van den Elzen was de schrijver van het boek ?Wel gestorven niet vergeten? over de oorlogslachtoffers uit Rosmalen. Een maatschappelijk bewogen man is ons ontvallen.
_________________________________________
Op 20 januari 2008, is medeoprichter van de Stichting Gedachteniskapel Rosmalen
Jan Verhoeven
overleden op 80 jarige leeftijd.
Jan was Ridder der zesde graad -lid- in de Orde van Oranje Nassau. Ere voorzitter van bloemenvereniging Semperflorens. Ere lid van de volkstuinvereniging Semper Virens.
Zijn rouwgedicht:
’n Beetje
Sterven doe je niet ineens, maar af en toe een beetje, en alle beetjes die je stierf, ’t is vreemd, die vergeet je, Het is je dikwijls ontgaan, je zegt ik ben wat moe, maar op een keer dan ben je aan je laatste beetje toe.
_________________________________________
Voor u gevonden op internet:
http://www.gedachten-gedichten.nl/sterkte.htm
Uit het Kerststalboekje:
?Verhalen voor Kerst?
Spiegelen.
Een Indisch sprookje vertelt over een hond die in een kamer rondrende, waarvan alle wanden van spiegels voorzien waren. Plotseling zag hij veel honden, en hij werd woedend, liet zijn tanden zien en gromde. Alle honden in de spiegel werden even woedend, lieten hun tanden zien en gromden. De hond schrok en begon rondjes te lopen tot hij eindelijk in elkaar stortte. Had hij maar eenmaal met zijn staart gekwispeld, dan hadden al zijn spiegelbeelden hetzelfde vriendelijke gebaar teruggegeven.
Op zoek naar de waarheid.
Een leerling vroeg eens aan zijn meester, meester hoe hoog moet ik klimmen om de waarheid te vinden? Zijn meester keek hem aan, en na een lange stilte zei hij, de waarheid is dichtbij je op de grond, maar je wilt je niet bukken om haar op te rapen.
Zelfbeheersing.
Er was eens een jongen met zeer weinig zelfbeheersing. Zijn vader gaf hem een zak spijkers en zei tegen hem dat elke keer als hij zijn zelfbeheersing verloor, hij een spijker in de achterkant van de schutting moest slaan. De eerste dag sloeg de jongen 37 spijkers in de schutting. Over de volgende paar weken, toen hij leerde om zijn kwaadheid onder controle te krijgen, werd het aantal spijkers dat hij in de schutting sloeg geleidelijk aan minder. Hij zag in dat het gemakkelijker was om zijn zelfbeheersing niet te verliezen, dan al die spijkers in de schutting te slaan....... Uiteindelijk, kwam de dag dat de jongen zijn zelfbeheersing niet meer verloor. Hij vertelde dit aan zijn vader en zijn vader stelde voor dat de jongen nu voor elke dag dat hij zijn zelfbeheersing behield hij een spijker uit de schutting haalde. De dagen gingen voorbij en de jonge man was eindelijk zover dat hij zijn vader kon vertellen dat alle spijkers waren verdwenen. De vader nam de jongen bij de hand en ging met hem naar de schutting. Hij zei: "Je hebt het goed gedaan, mijn zoon, maar kijk nu eens naar al die gaten in de schutting. De schutting zal nooit meer hetzelfde zijn. Als je dingen zegt in woede, dan laten ze een litteken achter net als deze gaten. Je kunt iemand met een mes steken en het mes er weer uit trekken. Het maakt niet uit hoe vaak je zegt dat het je spijt, de wond zal er blijven." Een verbale wond is even erg als een fysieke wond.
|
 |
|  |